In dit hoofdstuk geven wij een overzicht van die baten en lasten die niet direct samenhangen met een programma. Voorheen waren dit alleen de algemene dekkingsmiddelen, de post onvoorzien en stelposten, vanaf 2017 behoren hier ook de overheadkosten en de te betalen Vennootschapsbelasting hiertoe.
Hieronder een totaaloverzicht van alle lasten en baten die tot dit hoofdstuk behoren.

bedragen x € 1.000

werkelijk 2016

begroot
2017

begroot
2018

begroot
2019

begroot
2020

begroot
2021

Lasten

9.163

13.075

15.478

14.474

14.225

14.190

Baten

82.570

77.900

82.665

82.844

82.874

82.953

Resultaat voor bestemming

-73.407

-64.824

-67.186

-68.370

-68.650

-68.763

Resultaat na bestemming

-73.132

-65.339

-67.308

-68.011

-67.877

-67.978

In onderstaande tabel zijn de algemene dekkingsmiddelen opgenomen.

bedragen x € 1.000Rekening 2016Begroting 2017Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020Begroting 2021
Lasten
Treasury59-548-310-502-560-702
Overige baten en lasten4.193-926795536763888
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds000000
Belastingen overig726580579578578578
OZB niet-woningen000000
OZB woningen000000
Totale lasten4.978-8941.064612781764
Baten
Treasury544516523510498485
Overige baten en lasten3.841343400400400400
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds68.44866.27769.91470.10370.13770.217
Belastingen overig1.9941.9821.9831.9831.9831.983
OZB niet-woningen1.4813.8004.1834.1834.1834.183
OZB woningen6.2633.9944.4204.4394.4484.459
Totale baten82.57076.91281.42381.61881.64981.727
Totaal taakvelden-77.592-77.806-80.359-81.006-80.867-80.963

Treasury
Op dit taakveld ramen we het saldo van de rentelasten en de rentebaten zoals deze door de hele begroting zijn verdeeld.
We hebben de rekenrente die we hanteren in deze begroting aangepast t.o.v. 2017. Dit heeft enerzijds te maken met de daling van de rente zelf en anderzijds met het nieuwe voorschrift dat de toegerekende rente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de gemiddelde rente die we betalen voor onze geldleningen.
We houden in deze begroting rekening met een rente van 1,5%. Deze rente rekenen we toe aan alle investeringen, zowel de oude als de nieuwe. Tot en met de begroting 2016 rekenden we aan investeringen de rente toe die gold voor het jaar waarin de investering had plaatsgevonden.
Het gevolg hiervan is dat de toegerekende rente aan de taakvelden lager is geworden, terwijl het renteresultaat, dat we in dit hoofdstuk ramen, ook lager is dan in voorgaande jaren. Beide effecten vallen grotendeels tegen elkaar weg.
In de paragraaf financiering is meer informatie opgenomen over de aangegane en verstrekte leningen.
Daarnaast is hier het dividend geraamd van de aandelen BNG en Vitens.
Belastingopbrengsten

Voor een toelichting op de opbrengsten OZB, hondenbelasting, toeristenbelasting en reclamebelasting en het door ons voorgestelde tarievenbeleid verwijzen we u naar de paragraaf A, lokale heffingen, van deze begroting.
In de raming van de opbrengst OZB is rekening gehouden met een toename van de woningvoorraad met 63 en een tariefstijging van in toaal 10,3%, waarvan 7,5% een extra stijging is die conform het Bloesemakkoord is bedoeld als dekking voor de vernieuwing van het Lingecollege. Daarnaast stellen we een extra verhoging voor van 2,5% in het kader van het sluitend maken van de meerjarenbegroting. De laatste 0,3% is de inflatiecorrectie die voor alle tarieven wordt toegepast.
De opbrengst reclamebelasting wordt, na aftrek van gemaakte kosten (met name van de BSR), één op één doorbetaald aan de ondernemersverenigingen.
De raming opbrengst precarioheffing is inclusief de heffing voor kabels en leidingen ad. € 1.255.000. Deze kan nog geraamd worden t/m 2021, daarna is deze heffing niet meer toegestaan.
Daarnaast worden de kosten van heffing en invordering door BSR voor de helft gedekt uit de rioolheffing.

Algemene uitkering

In deze begroting is rekening gehouden met de meicirculaire 2017.
Algemene mutaties
In verband met de demissionaire status van het kabinet heeft de meicirculaire een beleidsarm karakter. Er worden dus geen nieuwe maatregelen in deze circulaire aangekondigd.
Het accres, dat wordt bepaald door de systematiek van 'samen de trap op en samen de trap af' is voor 2018 en de volgende jaren positief. Dit positieve effect wordt voor een groot deel veroorzaakt door een hoger loon- en prijsontwikkeling en hebben we daarom ook nodig ter dekking van de hogere lasten die we daarom in deze begroting moeten ramen.
Daarnaast blijft een positief effect over van rond de € 600.000 dat beschikbaar is als algemeen dekkingsmiddel in deze begroting.
WMO-oud
Voor ‘WMO-oud’ (met name huishoudelijke hulp) ontvangen we € 140.000 extra vanaf 2017. Ook voor dit onderdeel wordt de loon/prijscompensatie pas in het lopende jaar toegekend. Vanaf 2018 komt daar € 33.000 bij, voornamelijk bedoeld om de verwachte volumestijging op te vangen. In programma 2 zijn de ramingen aangepast op basis van de actuele verwachting van de uitgaven.
Gezond in de stad: € 20.000
Het stimuleringsprogramma Gezond in de stad (GIDS) wordt voortgezet in de jaren 2018 tot en met 2021. Het programma geeft ons middelen om de gezondheid van mensen in een lage sociaal-economische positie structureel en duurzaam te verbeteren. De lasten hebben we geraamd in programma 2.
Reserveringen t.b.v. de VNG en de Waarderingskamer: € 53.000 structureel
In het verleden is het diverse keren voorgekomen dat er geld uit het gemeentefonds werd onttrokken onder andere t.b.v. taken die door de VNG in collectiviteit werden opgepakt, het A+O fonds en kosten van de Waarderingskamer. Vanaf 2018 is er geen sprake meer van rechtstreekse betalingen uit het gemeentefonds aan derden.
Deze middelen vloeien daarom vanaf 2018 terug naar de gemeenten. Voor Tiel gaat het om € 53.000 structureel (in 2018 € 47.000).
De VNG roept een Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering in het leven. Besluitvorming hierover heeft plaatsgevonden op de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 14 juni 2017.
Daarnaast zal de Waarderingskamer vanaf 2019 facturen gaan sturen naar alle gemeenten.
Het is nog niet duidelijk of de verhoging van de algemene uitkering even hoog zal zijn als de kosten van het Fonds van de VNG en de factuur van de Waarderingskamer. Vooralsnog hebben we het bedrag dat we extra ontvangen voor deze twee doelen geraamd in programma 8.
Sociaal domein
We ontvangen in 2018 € 1.471.000 extra t.o.v. de vorige circulaire. Voor een belangrijk deel, € 512.000 wordt dit veroorzaakt door de verdeling van de Wsw-middelen. Deze wordt m.i.v. 2017 gebaseerd op het kenmerk “betalende gemeente” in plaats van het kenmerk “woongemeente”. In programma 2 Sociaal Domein hebben we op grond van de begroting 2018 van Werkzaak Rivierenland onze bijdrage in WSW-tekort geraamd. Omdat het totale tekort aanzienlijk lager is dan eerder was aangenomen is de bijdrage van Tiel veel minder gestegen (in 2018 zelfs een daling) dan op grond van de herverdeling zou worden verondersteld. Hierdoor ontstaat per saldo een voordeel op de kosten voor Wsw.
Daarnaast stijgt de uitkering in verband met prijsstijgingen, volume-ontwikkelingen, een herverdeling van de middelen voor Wmo en enkele taakmutaties. Deze stijgingen hebben we meegenomen bij de bepaling van de budgetten in programma 2.

Overige lasten en baten

Deze bestaan uit de volgende onderdelen:

bedragen x € 1.000Rekening 2016Begroting 2017Begroting 2018Begroting 2019Begroting 2020Begroting 2021
Lasten
Lonen en salarissen voormalig personeel1035050505050
Salarissen en uitkeringen vast personeel881012121212
Overige materiele kosten1300000
Stelpost oud voor nieuw0-544-129-257-232-232
Stelpost incidentele loonstijgingen00075150225
Stelpost overige stijgingen000400600800
Stelpost uitvoering beleid0-57176212637-133
Personeel van derden0123121118118118
Stelpost reservering algemene uitkering05628627798
Vrijval kapitaallasten0-120-120-120-120-120
Totale lasten203-996725466693818
Baten
Vergoeding personeel100000
Administratiekostenvergoeding1200000
Overige inkomsten426343400400400400
Totale baten439343400400400400
Saldo-235-1.33932566293418

Toelichting overige lasten en baten
Stelpost loonkostenstijging
Elk jaar stijgen de lonen als gevolgen van periodieken, bevorderingen en dergelijke. In de begroting nemen we een stelpost op van 0,5% van de loonsom om deze kosten te dekken.
Stelpost overige stijging
Op deze stelpost ramen wij in het meerjarenperspectief voor nog onbekende tegenvallers en onvermijdelijke nieuwe uitgaven € 200.000 voor incidentele en € 200.000 voor structurele uitgaven.
Stelpost oud voor nieuw.
Dit betreft nog te realiseren bezuinigingen. De raming is als volgt opgebouwd:

Raming nog te realiseren bezuinigingen

2018

2019

2020

2021

taakstelling achterblijvende overhead

68.542

256.786

231.786

231.786

niet invullen pensioengangers ter dekking van frictiekosten organisatie

60.000

Totaal nog te realiseren bezuinigingen

112.542

256.786

231.786

231.786

Een nadere uitleg van de taakstelling achterblijvende overhead wordt gegeven in het onderdeel Overhead in dit hoofdstuk.

Stelpost uitvoering beleid
Hier is het saldo van deze begroting opgenomen:
2018: +762.000
2019: +126.000
2020: + 37.000
2021: - 133.000
Stelpost reservering algemene uitkering
Voor elke woning die in Tiel nieuw gebouwd wordt, ontvangen we extra middelen via de algemene uitkering en de OZB. Een bedrag van € 450 per nieuwe woning reserveren we voor de gevolgen van groei van de stad voor diverse budgetten, zoals onderhoud groen en wegen, onderwijs, ouderenvoorzieningen en dergelijke.
Na vaststelling van de werkelijke nieuwbouw kan in de loop van 2018 het exacte budget voor areaaluitbreiding worden bepaald en bestemd.
Vrijval kapitaallasten
Doordat investeringen nooit allemaal direct in het voorgenomen jaar gereed komen, treedt er jaarlijks onderuitputting op op de kapitaallasten. In de begroting houden wij hier op voorhand al rekening mee.
Vast personeel
De raming betreft één medewerker die elders wethouder is geworden en waarvoor nog sociale lasten moeten worden betaald.
Voormalig personeel
De gemeenten zijn eigen risicodrager voor de WW. Hierdoor ontstaan bij beëindiging van dienstverbanden soms WW-verplichtingen.
Inhuur derden
Op diverse plaatsen in de begroting ramen we kosten voor inhuur van derden. De raming hier is nog niet verdeeld, dit gebeurt in de loop van het jaar over de teams die daaraan behoefte hebben.
Overige inkomsten: terugontvangst BTW gemeenschappelijke regelingen
De BTW die de gemeenschappelijke regelingen terugontvangen, sluizen zij door naar de deelnemende gemeenten. Deze inkomst dient als dekking voor de korting op het gemeentefonds bij de invoering van het BTW-compensatiefonds.

Mutaties reserves

In onderstaande tabel zijn de reserves genoemd die geen betrekking hebben op een bepaald programma en daarom in dit hoofdstuk worden opgenomen, inclusief de voorgestelde stortingen en onttrekkingen in 2016.

Naam reserve

stand per
1-1-2018

toevoeging rente

overige toevoegingen

onttrekkingen

stand per
31-12-2018

Algemene weerstandsreserve

8.977.250

170.000

340.000

8.807.250

Reserve Tielse Methode

0

Reserve frictiekosten ombuigingen

326.039

326.039

bedragen x € 1.000

werkelijk 2016

begroot
2017

begroot
2018

begroot
2019

begroot
2020

begroot
2021

Onvoorziene uitgaven

0

70

70

70

70

70

totaal lasten

0

70

70

70

70

70

Toelichting onvoorziene uitgaven

Het bedrag voor onvoorzien kan worden aangewend ten behoeve van eenmalige zaken die voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar.

bedragen x € 1.000

werkelijk 2016

begroot
2017

begroot
2018

begroot
2019

begroot
2020

begroot
2021

Lasten

5.780

13.919

14.364

13.812

13.394

13.376

Baten

0

987

1.242

1.226

1.226

1.226

Saldo

5.780

12.932

13.122

12.586

12.168

12.150

Overheadkosten zijn kosten die niet direct toegerekend kunnen worden aan een product of een programma in de begroting. Voorbeelden hiervan zijn huisvesting, ICT, personeelszaken en financiën.
De kosten van overhead worden niet meer verdeeld over de andere taakvelden en daarmee ook niet over de programma’s, maar worden gepresenteerd in een afzonderlijk overzicht. Directe loonkosten van medewerkers die direct aan een programma/taakveld werken worden wel aan dat programma toegerekend.
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de kosten van overhead € 13,1 miljoen bedragen. Dit bedrag kan grofweg opgedeeld worden in de volgende onderdelen:

bedragen x € 1.000

werkelijk 2016

begroot
2017

begroot
2018

begroot
2019

begroot
2020

begroot
2021

0.9

Vennootschapsbelasting (VpB)

37

50

50

50

50

50

totaal lasten

37

50

50

50

50

50

Met ingang van 2016 zijn de gemeenten verplicht om vennootschapsbelasting (VPB) af te dragen voor bedrijfsmatige activiteiten waarop winst wordt gemaakt. De te betalen VPB bedraagt 20% over de winst indien deze meer bedraagt dan € 100.000 en 25% bij een winst van minder dan € 100.000. Bedrijfsmatige activiteiten waarop verlies wordt gemaakt kunnen deels worden weggestreept tegen de geboekte winsten op andere activiteiten.
Op dit moment hebben we nog geen exact beeld van de omvang van de te betalen VPB. Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden en daaruit blijkt dat voor de gemeente Tiel de volgende activiteiten als VPB-plichtig moeten worden beschouwd:
· parkeren Oude Haven;
· dienstverlening aan derden (m.n. aan de ODR);
· havenbedrijf.
Daar komen mogelijk in 2017 bij: verhuur Zinder, stadhuiscomplex en parkeergarage.
Voor deze activiteiten moeten we van de belastingdienst een andere administratie voeren dan die volgens het BBV. Dit betekent een extra administratieve belasting en afspraken die gemaakt moeten worden met de fiscus. Begin 2017 hebben we een voorlopige eerste aangifte gedaan van de over 2016 te betalen VPB. Deze kwam uit op € 61.000 te betalen VPB.
Dit najaar september zal een definitieve berekening gemaakt worden. Tot die tijd houden we de raming van 2017 aan.